Question mark

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De portfolioanalyse van de BCG is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Er is een positief verband tussen de omvang van het relatief marktaandeel en de hoogte van de cash flow. Hoe groter het relatief marktaandeel is des te groter de cash flow. Dit kan worden verklaard door middel van het ‘ervaringseffect’ en/ of ‘schaalvoordelen’. Door een groter relatief marktaandeel zullen de kosten per eenheid product dalen. Dit komt omdat men meer ervaring heeft opgedaan dan de concurrent, hetgeen een doelmatigere inzet van mensen en middelen tot gevolg heeft. 2 Er bestaat een negatief verband tussen de ontwikkeling van de marktgroei en de vergaderruimte haarlem hoogte van de cash flow. Bij een aanzienlijke marktgroei zal er flink ge├»nvesteerd moeten worden in een sbu en dit gaat ten koste van de omvang van de cash flow. Bij een stabiele of krimpende markt zal er nauwelijks meer geld worden gestoken in de activiteit. Hierdoor kan toch een relatief hoge cash flow worden gegenereerd. 3 Er bestaat een negatief verband tussen de ontwikkeling van het relatief marktaandeel en de hoogte van de cash flow. Voor het vergroten van het relatief marktaandeel zal eveneens veel geld moeten worden ge├»nvesteerd in een ssu. 4 De marktgroei neemt af naarmate de business zich verder in zijn product-life-cycle bevindt.
Op basis van de ontwikkeling van de marktgroei, het relatief marktaandeel en de cash flow, onderscheidt de BCG een viertal ssu’s die in figuur 2.11 zijn weergegeven:
Het gaathierbij om de volgende ssu’s: a Question mark (vraagteken) Deze s B u’s kenmerken zich door een hoge marktgroei maar met een laag relatief marktaandeel. Dit levert een grote negatieve cash flow op. Question marks kunnen wel de ‘sterren’ van morgen worden. b Star (ster) Dit zijn de ssu ‘s met zowel een hoge marktgroei als een hoog relatief marktaandeel. Zij leveren een beperkte positieve of negatieve cash flow op. Door de hoge marktgroei is de kans op toename van het aantal concurrenten groot. c Cash cow (melkkoe) Met deze ssu ‘s wordt het geld verdiend. Zij hebben een lage marktgroei maar een hoog relatief marktaandeel en een grote positieve cash flow. d Dog (hond) Bij deze s s u’s moeten we ons de vraag stellen of en zo ja wanneer we met deze activiteiten stoppen. ‘Dogs’ hebben een lage groei alsmede een laag relatief marktaandeel. Zij genereren een beperkte positieve danwel negatieve cash flow.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>